Lang getwijfeld of ik dit wilde delen. Want een nadeel van dingen delen is dat er ook veel negatieve reacties op kunnen komen. En dat is best naar als je je kwetsbaar opstelt.
Een jaar geleden kreeg ik een diagnose. PTSS. Nooit gedacht dat ik die diagnose zou krijgen. Ik denk daarbij altijd aan mensen in de oorlog, mensen die bepaalde nare ervaringen mee maken (omdat het een trigger kan zijn, noem ik geen specifieke ervaringen), maar dacht ik niet zo snel aan mijn eigen ervaringen op gebied van werk.
Twee jaar geleden heb ik in korte tijd meerdere incidenten mee gemaakt, op het werk. Incidenten waarbij ik klappen heb gehad of waarbij ik echt wel even voor m’n leven heb gevreesd. Het is wat in mijn vak kan voorkomen. Nee, ik vind het niet normaal, maar de wetenschap dat het kan gebeuren was er wel.
Iedereen heeft zijn eigen manier om om te gaan met dit soort incidenten. Denk aan vechten, vluchten of bevriezen. Ik had gehandeld, naar wat op dat moment het beste leek en voelde. Tijdens zo’n gebeurtenis, pompt de adrenaline door je lijf. Dat is ook nodig, want je zit in een ongebruikelijke situatie. Adrenaline doet veel met je lichaam. Het zorgt ervoor dat je zintuigen op scherp staan, dat je extra alert wordt, je krijgt extra energie omdat je razendsnel zou moeten kunnen reageren. De piek neemt uiteindelijk wel weer af. Meerdere gebeurtenissen achter elkaar waarbij elke keer de adrenaline door je lijf pompt, kan er voor zorgen dat je continue in een staat van verhoogde alertheid raakt. Het neemt niet meer voldoende af. Dit was bij mij het geval, ik kwam niet tot rust. Op veel “normale” dingen, kon ik buitengewoon extreem reageren. Denk aan iemand die te dicht bij stond. Dat kon bij mij bijna een paniekaanval uitlokken. Of gewoon alleen al angst.
Te hard op de tafel slaan, of gewoon een onverhoedse beweging maken. Dat alles bracht mij weer in hoogste staat van paraatheid. Ik werd daar angstig door en kon weinig meer hebben. Uiteindelijk werd ik doodmoe van alle adrenaline in mijn lijf. De rust kon ik niet vinden, het piekte continue.
Het zorgde ook dat ik situaties niet meer kon lezen en daardoor op sociaal gebied erg onhandig werd en ook ineens onverwacht kon uitvallen, wat helemaal niet de bedoeling was, maar wat gewoon voortkwam uit angst.
Doordat ik situaties niet meer altijd kon lezen, werd mijn wereld ook kleiner en wist ik niet altijd meer hoe ik moest handelen. Ik had meestal maar één ding voor de ogen; mezelf beschermen en dat deed ik op een instinctieve manier en door mezelf redelijk af te zonderen van de wereld. Als ik me veilig genoeg bij je voelde, kon ik af en toe tot rust komen, maar dat gebeurde niet vaak.
In de eerste periode werd ik niet goed opgevangen. Pas een jaar later, nadat het eigenlijk al een groter probleem was geworden, werd ik beter opgevangen. Ik had al EMDR gehad, maar dat was niet afdoende. Opnieuw werd er gestart met EMDR, omdat bleek dat ik eigenlijk behoorlijk getraumatiseerd was. Er was veel gebeurd en veel getriggerd. In de eerste periode van de behandeling, het eerste half jaar, kwam er veel op me af.
Iets wat een overlevingsstrategie was geworden, moest nu weer omgezet worden. Ik moest weer leren dat ik niet bang hoefde te zijn voor anderen. Dat niet elke onverhoedse beweging betekende dat iemand mij wilde slaan. Ik moest weer leren geloven dat ik veilig ben. Niet meer altijd op mijn hoede te hoeven zijn. Niet meer altijd het plekje kiezen, zodat ik alles kon zien.
En dat niemand achter mij langs kon, want dat was eng. Ik ging door een diep dal. Het moest blijkbaar eerst slechter gaan, voor het beter zou gaan.
Ik heb er niet altijd veel over gepraat tegen anderen. Een aantal mensen die dichtbij me stonden, weten er van, maar veel mensen niet. Ik wilde er niet over praten, want ik wist zelf niet eens hoe ik dat kon doen. Af en toe lukt het om er wel over te praten, omdat het duidelijk was, dat anderen niet begrepen waar mijn gedrag vandaan kwam. Maar ik vond het niet altijd fijn. Dit heeft ook te maken met de vele oordelen en het onbegrip wat ik vaak ben tegen gekomen in mijn leven.
In januari heb ik nog een heftig bijna verdrinking mee gemaakt, balancerend op het randje. En dat hakt er ook in als je nog aan het herstellen bent van traumatisch ervaringen. Daarna ben ik nog heel diep gegaan, heb ik ook in mijn omgeving verschillende negatieve ervaringen opgedaan. De wereld zoals hij is, begreep ik niet meer. De mensen om mij heen, ook niet altijd meer. Ik snapte maar niet wat ik niet goed deed.
Het was tijd om mezelf weer terug te vinden. Wie ben ik en wat wil ik? Waar ga ik heen? Hoe vind ik het plezier in m’n leven terug? Vertrouwen in mezelf? En anderen?
Uiteindelijk heb ik de omslag kunnen maken; verhuizen hielp. Een nieuwe plek, meer rust en focus op de toekomst. Meer acceptatie van de situatie.
De adrenaline piek nam uiteindelijk af en de rust kwam er aan. Vertrouwen in mezelf kwam terug en daarmee ook het vertrouwen in anderen. En uiteindelijk ben ik nu weer zover; mijn hele toekomst ligt open en we zullen zien hoe het verder gaat. Ik heb er alle vertrouwen in en ben dankbaar voor alles. We zijn er nog niet, maar het verschil is groot.
Tijdens dit moeilijke proces heb ik ook mensen pijn gedaan. Vaak degenen die het dichtste bij stonden.
Met dit te delen, hoop ik dat er wat meer duidelijkheid komt. PTSS is geen pretje en kan veel met je doen. Het kan iemand compleet veranderen, niet omdat je niet wil, maar omdat je gewoon niet meer weet hoe het wel anders kan.
Een klein stukje is overigens nog wel blijven hangen. Maar mettertijd zal ook dat slijten.