zaterdag 5 mei 2018

In woorden meekijken op m'n werk :-)

Vanwege de privacy zal ik niet in details treden, maar kan ik wel globaal mijn dagindeling geven.
Ik draai korte diensten; zowel 's ochtends als 's avonds. Over het algemeen werk ik vier uurtjes per dienst, maar er komt vaak wel wat tussen.

Afgelopen week heb ik vroege diensten gedraaid en had ik meeloopdiensten; de hele dag meelopen met een EVV'er (eerst verantwoordelijke verzorgende/verpleegkundige) omdat ik ingewerkt moet worden.

Rond half zes begint m'n wekker al te schijnen. Ik heb een wake-uplight, anders word ik niet wakker. Mijn wekker staat ingesteld om zes uur, maar door het licht word ik eerder wakker. Ik heb nooit zo'n zin om vroeg op te staan, meestal ga ik de avond er voor te laat naar bed. Zeker als ik de avond ervoor nog heb gewerkt, sta ik nog lang "aan". Vroeg op laat is niet de meest fijne dienst, maar omdat ik dichtbij woon en over het algemeen wel goed slaap, is het voor mij te doen.  Ook draai ik af en toe twee korte diensten op een dag, dan ben ik zowel 's ochtends, als 's avonds aanwezig.

Zodra ik klaar ben, even na half zeven fiets ik naar m'n werk. Ik heb de luxe dat ik vlakbij woon en met minder dan tien minuten fietsen er al ben. Op m'n werk aangekomen ga ik altijd eerst m'n spullen dumpen in de kluisjes, m'n sleutels uit het bord halen en als ik er aan denk, haal ik ook iets te drinken, want als je eenmaal bezig bent, schiet het drinken er vaak bij in.
Dan begin ik met het lezen van de rapportages en hoor ik de overdracht van de nachtdienst aan. Ik neem de agenda door en kijk of er bijzonderheden zijn, wie moet er gedoucht, moet iemand eerder opstaan vanwege afspraken? Samen met mijn collega overleggen we wie wat doet. Meestal deel ik geen medicatie, dus dit doet de collega. Ik begin dan bij onze bewoners de ondersteuning bieden bij de ADL. Dit is heel divers, soms is het mondelinge instructies, soms is het ondersteuning bij het een en ander, soms is het volledige overname. Mijn uitgangspunt is wel dat ik iemand nog zoveel mogelijk zelf laat doen, wat ze nog zelf kunnen. Ik neem pas over als het echt niet goed gaat of het niet lijkt te lukken. Het is ook altijd weer een afweging maken, de ene keer gaat het beter dan de andere keer.
Ik heb ook altijd een pieper bij me. Er zijn dagen waarop deze pieper overuren maakt, dan hangt bij wijze van spreken heel het huis op de pieper. Sommige van onze bewoners hebben af en toe de vinger op de bel geplakt :-).
Vaak gebeurt er ook van alles tegelijk; ik laat me niet zo snel opjagen, al heb ik ontzettende haast, ik blijf rustig en vind het belangrijk dat ik de tijd neem voor degene bij wie ik ben. Soms moet ik wel prioriteiten stellen, maar in overleg is veel mogelijk. En natuurlijk heb ik nog een collega rondlopen met wie ik afstem. Met de ene collega doe ik meer samen dan met de ander. Het is maar net hoe de samenwerking is en hoe iedereen er in staat.
Je bent 's ochtends altijd langer bezig dan je denkt; voor ik het weet is het alweer negen uur. Een van onze bewoners wordt altijd met z'n tweeën geholpen, dus zodra we klaar zijn, gaan we daar van start.  Rond een uur of tien is de verwachting dat iedereen wel het bed uit is en in de kleren. Af en toe loopt het uit, daar moeten we dan ook op inspelen.
Dan ben ik ook wel toe aan wat drinken en meestal moet ik ook wat eten, anders ga ik van m'n graat. Je loopt best veel en ik ontbijt 's ochtends al heel vroeg. Meestal lukt het me niet om veel binnen te krijgen, dus dat tussendoortje is wel nodig. Ook vergeet ik veel al te drinken tussendoor en het is bij ons best wel warm! In de paar maanden dat ik weer volop aan het werk ben, ben ik al een paar kilo kwijt, door alleen al het vele lopen! Hoezo sporten? Mijn werk is bijna topsport!

Meestal ga ik na de pauze rapporteren en andere kleine klussen afhandelen; soms is er een waslijst aan taken die moeten gebeuren. De dingen waarvoor gebeld moeten worden, doet de collega. Wat ik kan doen doe ik. Zo moet de huisarts worden gebeld, apotheek, andere disciplines, er moeten afspraken worden gemaakt of aangepast, misschien moet er weer wat besteld worden... etc ook dat hoort er bij. Voor ik het weet zit m'n dienst er weer op.

's Avonds gaat het andersom; ik start ongeveer als het tijd om te eten. Ik eet altijd gezellig mee, aan tafel. Ook wel leuk om gesprekken aan te gaan met onze bewoners. Soms wordt er veel gepraat en soms is het wat stiller. Maakt ook niet uit. Na het eten en ook tijdens het eten doen we ook de afwas (en nee, dat doen we niet handmatig, we hebben een spoelkeuken), want dat moet ook gebeuren. Dan is er even een momentje van rust, voordat iedereen naar bed wil. Ik heb dan wel eens tijd om nog even bij iemand te zitten, maar vaak gebruik ik die tijd om de belangrijke zaken die nog niet afgerond zijn, af te ronden. De avond is zo voorbij!

Het leukste van m'n vak vind ik het contact met de mensen. Doordat je de ADL doet, ben je intensief bezig met de bewoners. Ik vind het ook altijd leuk om de tijd te nemen om een praatje te maken. De ene keer hebben we veel te bespreken en de keer daarop zijn we wat stiller. Toch maakt dit niet zoveel uit. Het feit dat je er bent, de tijd voor ze neemt, is al belangrijk. Soms heb ik minder tijd dan ik zou willen en ga ik toch een beetje afraffelen; vooral als er druk achter zit, omdat je echt op tijd klaar MOET zijn. Maar zo werk ik liever niet, dus dan ben ik soms maar later klaar. Dat is dan mijn probleem.
Ik denk me altijd in dat als ik in zo'n huis woon en geholpen zou moeten worden, dan zou ik het ook niet leuk vinden als de zuster mij me in m'n kleren hijst, met een grote vaart en vervolgens weer verder gaat, zonder ook maar aandacht te besteden aan hoe ik me echt voel, of wat ik nog wel of niet kan.
Ik hou van een grapje en een lolletje, daar sta ik ook om bekend. Een van onze bewoners gaat altijd al spontaan lachen als ze me ziet. Ik vind het leuk om te plagen. Moet ik dus niet verbaasd kijken, als ik een keer word terug gepakt door wie dan ook.
Ik merk wel dat m'n gehoor in deze situaties geen belemmering vormt. Ik heb veel een op een contact en onze bewoners leer ik zo gaandeweg kennen. Ik leer hun stemmen kennen en ik zorg er voor dat ik ga staan of zitten, dat ik ze kan zien. Zo zorg ik er voor dat ik kan volgen wat er wordt gezegd. En zo niet dan vraag ik gewoon om herhaling. Aan de intonatie kan ik vaak horen hoe iets is bedoeld. Dan hoor ik de woorden niet goed, maar wel de intonatie. Die hoor ik vaak beter zelfs dan wat er wordt gezegd.
Ook de lichaamstaal is belangrijk, als iemand agressief wordt, zie ik dat wel aan de lichaamstaal. Is iemand niet zo vrolijk, maar zegt van wel, zie ik wel dat dit niet klopt.

De mooiste momenten vind ik als bewoners laten blijken dat ze blij zijn dat je er bent. Dat je net dat beetje verschil kunt maken, door er gewoon te zijn!
Ik kan ook vaak zien welke collega ze wel waarderen en met wie ze meer moeite hebben. Dit zie ik aan hoe ze reageren op iemand, lichaamshouding en gezichtsuitdrukkingen. Soms zo subtiel, maar toch! Alles valt of staat met de houding en benaderingswijze die je toepast.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten