maandag 2 mei 2016

Horen, niet horen...

Ik ben slechthorend... Dat is een feit! Zoals ik in een van mijn eerdere blogjes al noemde, is op mijn vijfde ontdekt dat ik slechthorend ben.
Destijds konden de dokters niet vertellen wat de oorzaak was. Wel had ik als kind veel middenoorontstekingen gehad en heb ik ook buisjes gekregen. Het kan ook zo zijn dat mijn biologische moeder (ik ben geadopteerd) rode hond heeft gehad tijdens de zwangerschap. Daar was en is (nog) geen antwoord op.

Ook is er geen antwoord op de vraag of ik goed of beter heb kunnen horen, de eerste vijf levensjaren. Mijn idee is dat dat wel zo is geweest; ik heb een goede woordenschat kunnen opbouwen en ik kon me prima uiten. Mijn spraak- en taalontwikkeling was wel op gang gekomen, wat erop duidt dat ik in ieder geval beter heb kunnen horen. (Tot je zevende jaar is het verwerven van taal erg belangrijk. Het zijn de cruciale jaren. Als ik al vanaf mijn geboorte zo zwaar slechthorend was, als ik nu ben, dan was mijn spraak-taalontwikkeling niet zo goed geweest).
Ik zat al in groep twee op de basisschool, maar ook de juffen hadden nooit iets gemerkt. Ik was hoogstens wat lui, vonden ze.

Onderwijs:

Kinderen zijn flexibel en kunnen goed omgaan met dat soort omstandigheden. Het kan zijn dat ik me zo goed had aangepast en allerlei strategieen had gevonden, om er maar mee om te gaan. Het was dat mijn moeder het niet vertrouwde, die moest aandringen op een gehooronderzoek. Ze werd overbezorgd genoemd, maar ze had uiteindelijk wel gelijk!
Ik kreeg gelijk gehoorapparaten aangemeten en er was besloten dat ik doorging naar een school voor slechthorende kinderen. Daar zou ik de begeleiding en ondersteuning krijgen die ik nodig had.
In groep drie ben ik daar gestart en na groep zes ben ik daar weer weg gegaan.
In die tijd was het nog zo, dat het speciale onderwijs twee jaar achterliep op het reguliere onderwijs. Om even een voorbeeld te noemen: in groep zes op deze school, was je op het niveau van groep vier, in het regulier onderwijs bezig.
Ik kon goed leren, ik was goed in taal en ook in de andere vakken. Alleen rekenen was ik niet zo heel sterk in. Van groep vijf, ben ik naar groep acht gegaan (in plaats van naar groep zes). Officieel zat ik in groep zes, maar ik kreeg de lessen van groep acht aangeboden. Alleen rekenen kreeg ik in mijn eigen groep. Dat betekende dat ik op het gewone niveau van de basisschool zat.
Echter, als ik op deze school zou blijven, zou ik niet verder kunnen. Voor de brugklas in het voortgezet onderwijs was ik nog te jong; ik was negen.
Mijn ouders hoorden in die tijd ook dat het een uitzondering was, als een kind van deze school (het VSO) naar de havo ging.

Nadat ze dat hebben gehoord, hebben ze besloten om mij terug te laten gaan naar het reguliere onderwijs. Ik kwam op een school met kleine klassen terecht en kon direct starten in groep zes. Ik moest alleen wel twee jaar achterstand met rekenen wegwerken, maar dat was in een maand zo gebeurd. Ik kon direct over naar groep zeven. Met de hulp van solo-apparatuur ging ik de lessen door.
Ik kreeg dan daarna ook daadwerkelijk havo-advies. Wat dat betreft hebben m'n ouders ook gelijk gekregen; ik kon de havo doen.

Een ander verhaal is hoe ik dat heb gedaan; dat ging niet zonder slag of stoot. Want wat zo fijn was op het speciaal onderwijs, was dat er alle begrip was voor mijn slechthorendheid. Alles was erop aangepast. Toen ik in het reguliere onderwijs kwam, was dat een hele omschakeling. Ik was niet weerbaar, ik had niet geleerd om mij te handhaven in de horende klassen. Ik begreep ook vaak niet wat het was... Nu wel, sociaal gezien had ik een heel andere ontwikkeling doorlopen. Ik kreeg de dingen niet automatisch op mijn gehoor mee. Ik moest het zien en daardoor begreep ik vaak niet alles. Daar liep ik op de basisschool in de laatste klassen tegenaan en tijdens mijn hele middelbare schoolperiode. Dat waren voor mij niet de leukste tijden.
Vanaf toen werd ik ook gepest; subtiele treiterijen vaak. Ik hoorde er net zo vaak wel bij, als niet.
Ook kreeg ik (ongewild) extra aandacht van de docenten. Die controleerden toch wel wat vaker of ik het wel/niet kon volgen. Dat werd opgemerkt en niet iedereen vond dat even leuk. Ook dat leidde weer tot roddelpartijen en pesterijtjes. Ik had wel vriendinnen hoor, maar die zaten niet bij mij in de klas. Of waren de uitzonderingen waar ik gewoon mee om kon gaan.
Ik was hartstikke blij toen ik na vijf jaar het havo-diploma had. Ik was van de middelbare school af en ik was er ook klaar mee op dat moment. Ik had wel een hele groei doorgemaakt; door alles wat ik meemaakte werd ik wel sterker en was ik ook bereid om door te zetten voor wat ik wilde.

Horen, slecht horen, gebaren?

Ik weet ook niet beter; ik weet niet (meer) wat het is om goed te kunnen horen. Af en toe heb ik vage herinneringen, maar dat zegt niets. Voor mij is het allemaal heel vanzelfsprekend. Ik dacht er ook nooit over na, totdat ik continu werd geconfronteerd met mijn slechthorendheid. En dat is in de horende wereld en op latere leeftijd. Als kind was ik me er nog niet zo van bewust.

O ja, ik ben slechthorend; niet doof. Ik heb nog gehoorresten en mijn eerste taal is het gesproken Nederlands. Ik hoor ook nog wel wat,  maar wat ik hoor is lastig uit te leggen, omdat ik geen vergelijkingsmateriaal heb. Dus ook dat is een punt; de ene dag hoor ik wat beter dan de andere dag, waardoor het ook niet altijd even goed in te schatten is. Voor mijzelf niet, maar ook voor mijn omgeving niet. Het is geen makkelijke handicap, juist omdat het onzichtbaar is. Op het eerste gezicht zie je niets aan mij. Als je goed kijkt, zie je mijn gehoorapparaten zitten.
Ik praat goed; hoewel ik weet dat je wel iets aan mijn stem kunt horen. Dat komt omdat ik mijn eigen stem niet kan horen op de manier, waarop een horend mens z'n stem hoort.
Ja, ik kan mijn eigen stem horen, maar niet alle klanken even goed. Ik praat daarom wel eens achter in m'n keel, wat ik van mezelf niet hoor op het moment dat ik praat.
Wat wel grappig is: als ik mezelf terug hoor op een opname, dan hoor ik heel goed aan m'n stem, hoe ik praat en kan ik dat stukje "achter in de keel" praten wel horen!

Mijn gesproken (en geschreven) taal is goed. Ik kan me goed uitdrukken. Ik krijg ook vaak complimenten dat ik goed praat. Voor mij is dat heel vanzelfsprekend, want zoals ik al zei, gesproken Nederlands is mijn eerste taal. Tot mijn twintigste beheerste ik nog geen gebarentaal. Het is raar om er complimenten over te krijgen, dat geef ik toe, maar ja er heerst nog zoveel onwetendheid op dit gebied en ik begrijp wel waar het vandaan komt. Dus ik kan het niemand kwalijk nemen dat ze dit zeggen.

Mijn gehoor:

Het is dus lastig uit te leggen aan horende mensen wat ik hoor; dat kan dus niet. Mijn audiogram zegt dat ik op 75-85 dB verlies zit. In de hoge tonen zit ik op 120 dB verlies, wat betekent dat ik die helemaal niet meer hoor. Medisch gezien ben ik zwaar slechthorend.
Maar ja, die medische termen; handig hoor om het te meten, maar in de praktijk functioneer ik niet als een zwaar slechthorende. Hierdoor word ik nogal eens overschat. (Ook wel eens onderschat!)
Doordat ik goed praat en in ideale situaties veel meekrijg, wordt er al heel snel gedacht, dat het wel meevalt. Ik ben er in getraind om om te gaan met lastige situaties; waar let ik op? Hoe zie ik wat er belangrijk is? Wat zie ik? Wie praat er? Ik vang af en toe woorden op.
Ik combineer, ik deduceer. Het is een puzzel voor mij; ik hoor wat, ik zie wat, ik begrijp de context van de zin, dus op die manier puzzel ik vaak alles in elkaar. Maar voor hetzelfde geld mis ik gewoon de volgende keer helemaal wat er allemaal wordt gezegd.
Het is dus aan mij om mensen uit te leggen hoe ik in elkaar steek. Dus ik heb een gebruiksaanwijzing. (klik op de link en je leest een van m'n vorige blogjes)
En mocht je nou gewoon iets niet snappen of iets willen weten; vraag het mij. Ik heb liever dat je het vraagt, dan dat we wat staan stuntelen, toch? 

2 opmerkingen:

  1. Mooi stukje. Had ik al eens gevraagd: waarom ga je niet voor een CI?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha Harriët; CI is een onderwerp waar ik de laatste tijd wel mee bezig ben. Destijds was er voor mij nog geen reden om voor een CI te gaan, omdat ik met m'n gehoorapparaten nog heel veel eruit kon halen.
      De meerwaarde van een CI was er nog niet en ook omdat ik nog restgehoor had. Ik zou doof worden, als ik een CI nam.
      Inmiddels is de techniek zover gevorderd dat 't restgehoor behouden kan worden. De gehoorapparaten voldoen ook niet echt meer, in alle situaties, die zijn heel duur, wil ik goede krijgen. Ik ben me dus wel aan het oriënteren.
      En voor mij zit er ook een andere kant aan; ik ken de succesverhalen, maar ik ken ook de verhalen waarbij 't niet goed is gegaan.
      Zolang het voor mij nog niet goed voelt, wil ik deze beslissing nog niet nemen. Nu ik met m'n studie zit, ga ik deze keus ook niet maken, maar ik sluit het niet uit.

      Verwijderen